Mark zit in zijn derde Teams-meeting van de ochtend.Een collega vertelt dat ze vastloopt in een project. Haar stem trilt een beetje. Ze lijkt vooral behoefte te hebben aan begrip.Mark hoort iets anders. Een probleem.Dus doet hij wat hij al tijd doet. Hij opent een Excel-bestand, stelt drie vragen en komt met een oplossing.

De vergadering gaat verder. Efficiënt. Productief. En toch blijft er iets hangen. Want terwijl Mark denkt dat hij helpt, denkt zijn collega iets heel anders:

“Waarom voelt het alsof hij me niet hoort?”

Dat is het lastige aan een vermijdende hechtingsstijl. Aan de buitenkant zie je vaak een sterke leider. Iemand die kalm blijft onder druk, zelfstandig beslissingen neemt en zich niet snel laat meeslepen door emoties.

Onder diezelfde buitenkant zit vaak een oud patroon. Een patroon dat ooit hielp om veilig te blijven.

Waar begint een vermijdende hechtingsstijl?

Een vermijdende hechtingsstijl ontstaat vaak wanneer een kind leert dat emotionele behoeften weinig respons opleveren. Niet omdat ouders slechte mensen zijn.

Soms waren ze druk. Overbelast. Zelf emotioneel niet beschikbaar. Of opgegroeid met het idee dat gevoelens vooral iets waren waar je doorheen moest.

Kinderen zijn opmerkelijk slim in het aanpassen aan hun omgeving. Als verbinding onvoorspelbaar voelt, zoeken ze veiligheid ergens anders. In zelfstandigheid. In controle. In het wegdrukken van emoties.

Wat ooit een slimme overlevingsstrategie was, wordt later vaak een automatische manier van leven.

Volgens onderzoek van Phillip R. Shaver en Mario Mikulincer hebben mensen met een vermijdende hechtingsoriëntatie de neiging om hechtingsbehoeften actief te onderdrukken wanneer stress of kwetsbaarheid wordt geactiveerd. Het systeem dat normaal gesproken verbinding zoekt, wordt juist uitgezet.

Dat verklaart waarom sommige mensen tijdens spanning dichterbij komen, terwijl anderen juist afstand creëren.

De leider die alles onder controle heeft

In organisaties wordt vermijdende hechting regelmatig beloond. Sterker nog, veel kenmerken zien er op het eerste gezicht uit als leiderschap.

Rationeel.

Doelgericht.

Onafhankelijk.

Resultaatgericht.

Totdat de menselijke kant van leiderschap in beeld komt. De medewerker die onzeker is. Het team dat vertrouwen mist.

Het conflict dat niet over processen gaat, maar over gevoelens die nooit zijn uitgesproken.

Daar ontstaat vaak een paradox. Hoe harder de leider probeert controle te houden, hoe minder verbonden het team zich voelt.

En hoe minder verbonden het team zich voelt, hoe meer controle de leider nodig denkt te hebben.

Een vicieuze cirkel.

Onderzoek naar leiderschap en hechting laat zien dat vermijdende hechtingsstijlen samenhangen met minder vertrouwen binnen leider-medewerkerrelaties en meer stress binnen teams.

De intentie is zelden afstand creëren. Het effect vaak wel.

Waarom kwetsbaarheid voor sommige leiders voelt als gevaar

De meeste leiders met een vermijdende hechtingsstijl weten rationeel dat verbinding belangrijk is. Dat is het probleem niet. Het probleem ontstaat op een veel dieper niveau. Hun zenuwstelsel heeft jarenlang geleerd dat afhankelijkheid risico betekent. Dat maakt kwetsbaarheid ingewikkeld.

Niet omdat ze niet willen verbinden. Omdat hun systeem heeft geleerd dat afstand veiliger voelt.

Daarom raakt een uitspraak van Brené Brown zoveel leiders:

“Vulnerability sounds like truth and feels like courage. Truth and courage aren’t always comfortable, but they’re never weakness.”

Wat Brown hier raakt, is dat veel leiders gevoelens nog steeds verwarren met verlies van controle. Terwijl kwetsbaarheid juist een vorm van moed vraagt.

Dat betekent niet dat iedere leider zijn diepste emoties moet delen tijdens de weekstart.

Het betekent iets veel kleiners. En vaak veel moeilijkers. Toegeven dat je iets niet weet. Een fout erkennen. Nieuwsgierig blijven wanneer iemand anders een emotie laat zien.

Kun je een vermijdende hechtingsstijl veranderen?

Ja.

Een vermijdende hechtingsstijl is geen levenslange veroordeling.Het is een patroon dat ooit logisch was.

Door nieuwe ervaringen, veilige relaties en bewustwording kunnen mensen nieuwe manieren ontwikkelen om met verbinding om te gaan. Onderzoek laat zien dat hechtingsstijlen weliswaar relatief stabiel zijn, maar niet onveranderlijk. Nieuwe relationele ervaringen kunnen bestaande patronen beïnvloeden.

Misschien zit daar wel de grootste misvatting. Veel mensen denken dat groei betekent dat je een ander mens moet worden. Dat is zelden nodig.

De kracht van een leider met een vermijdende hechtingsstijl zit vaak al klaar.

De rust.

De zelfstandigheid.

Het vermogen om helder te blijven onder druk.

De uitnodiging ligt ergens anders. Niet in minder worden van wie je bent. Wel in het uitbreiden van wat er al aanwezig is. Zodat controle niet langer de enige weg naar veiligheid hoeft te zijn.

Misschien is de vraag dus niet of je jezelf herkent in deze stijl. Misschien is de interessantere vraag:

Op welke momenten kies je voor afstand, terwijl verbinding eigenlijk is waar je naar verlangt?

Opdracht voor vandaag

  1. Denk terug aan een gesprek dat je de afgelopen week hebt gevoerd.
  2. Vraag jezelf af: welke emotie hoorde ik onder de woorden?
  3. Voer vandaag één gesprek waarin je eerst nieuwsgierig bent voordat je met een oplossing komt.

Bronnen

  1. Mikulincer, M. & Shaver, P.R. (2019). Onderzoek naar hechtingsoriëntaties en emotieregulatie, aangehaald in Attachment Orientations and Emotion Regulation: New Insights (2024).
  2. Brené Brown. Quote afkomstig uit Daring Greatly: How the Courage to Be Vulnerable Transforms the Way We Live, Love, Parent, and Lead (2012). Publiek geciteerd via Goodreads.
  3. Harms, P.D. et al. (2016). How leader and follower attachment styles are mediated by trust, stress and citizenship behaviors. Human Relations.
  4. Yang, Y. et al. (2020). Too Insecure to Be a Leader: The Role of Attachment in Leadership Emergence.

Leave a Reply