Lisa stuurt de mail om 22.47 uur.
Morgen vroeg vergadering. Ze heeft het stuk van haar collega nog een keer herschreven, omdat hij het “niet helemaal scherp” vond. Ze heeft haar eigen werk laten liggen. Ze is moe. Maar ze voelt ook iets anders: een vage, doffe tevredenheid. Hij zal blij zijn. Dat telt.
Dit is geen uitzondering. Dit is dinsdag.
Pleasegedrag op het werk sluipt zo ver in je gewoontes dat je het op een gegeven moment niet meer herkent als keuze. Het voelt als karakter. Als vriendelijkheid. Als professionaliteit zelfs. Maar ergens, in de stilte na zo’n avond, weet je het. Je hebt jezelf opnieuw weggeschoven.
Wat pleasegedrag op het werk écht is (en wat niet)
Pleasers worden vaak verward met aardige mensen. Dat klopt niet. Aardige mensen geven omdat ze willen geven. Pleasers geven omdat ze bang zijn voor wat er gebeurt als ze dat niet doen.
Het verschil zit niet in het gedrag. Het zit in de motor erachter.
De interne stem van een pleaser klinkt ongeveer zo: als ik nee zeg, denken ze dat ik niet meewerk. Als ik kritiek heb, vinden ze me lastig. Als ik mijn grens aangeef, ben ik moeilijk. En dus zegt de pleaser ja. Neemt de taak aan. Slikt de opmerking weg. Lacht even te snel.
Psycholoog Harriet Braiker beschreef dit mechanisme al in 2001 in haar boek The Disease to Please. Braiker stelde dat chronisch pleasen niet voortkomt uit vrijgevigheid, maar uit een diepe angst voor afwijzing en conflict. Een patroon dat zich in de vroege jeugd vormt en zich op de werkvloer met grote precisie herhaalt. Het is geen eigenschap. Het is een aangeleerde strategie.
Wat het je kost. En waarom je het toch blijft doen.
Onderzoek van Arie Nadler en Samer Halabi (2006, gepubliceerd in het Journal of Personality and Social Psychology) laat zien dat mensen die structureel hulp verlenen zonder dat te willen, een significant hoger risico lopen op emotionele uitputting. Ze voelen zich minder competent. Ze rapporteren minder autonomie. En ze worden ook minder gewaardeerd. Dat is het wrange. Niet meer.
Want pleasers worden doorgaans niet gezien als de held van het team. Ze worden gezien als vanzelfsprekend.
En toch gaan ze door. Waarom? Omdat het beloningsysteem zo verdomd effectief is. Elke keer dat iemand blij is met wat je doet, geeft je brein een kleine dosis dopamine af. Die blik van opluchting bij je manager. Die snelle “fijn, dankjewel” in de chat. Het werkt. Heel even. Tot de volgende aanvraag komt.
Stoppen met pleasegedrag begint niet met nee zeggen
Dit is het misverstand. Iedereen denkt dat de oplossing is: zeg vaker nee. Zet grenzen. Wees assertief.
Maar wie zo iemand kent, of zelf een pleaser is, weet dat dat advies aanvoelt als zeggen: heb gewoon geen hoogtevrees. Alsof je het angstmechanisme kunt overrulen met wilskracht.
Saskia de Bel, arbeids- en gezondheidspsycholoog en auteur van De perfecte pleaser (Boom, 2025), omschrijft het zo: “Pleasers gaan systematisch over hun eigen grenzen heen. Ze maken nooit duidelijk hoe ze het zelf zien, wat ze voelen of waar hun grenzen liggen.”
Ze zegt daarmee iets dat veel assertiviteitstrainingen overslaan: het probleem zit niet in het gedrag, het zit in het contact dat pleasers met zichzelf zijn kwijtgeraakt.
De eerste stap is dus geen actie. Het is een vraag. Wat gebeurt er in mij als ik op het punt sta ja te zeggen terwijl ik nee voel? Wat ben ik precies bang dat er dan fout gaat? En: heeft dat ooit echt zo uitgepakt?
Hoe herken je pleasegedrag bij jezelf op het werk?
Pleasegedrag op het werk herken je aan een combinatie van signalen: je zegt regelmatig ja op verzoeken terwijl je direct daarna spijt voelt, je past je mening aan op basis van wat anderen denken te willen horen, je voelt een sterke drang om conflicten te sussen ook als jij gelijk hebt, en je merkt dat je vermoeidheid niet samenhangt met de hoeveelheid werk maar met de hoeveelheid energie die je besteedt aan het managen van andermans reacties.
Een subtiel signaal dat zelden wordt benoemd: pleasers hebben moeite met complimenten. Ze wuiven ze weg, relativeren ze, of draaien het gesprek snel naar iemand anders. Want ook aandacht voelt gevaarlijk. Stel dat mensen te veel van je verwachten.
En dan is er nog de vergadering. Die ene vergadering waar iedereen zijn mening geeft en jij wacht. Wacht op een opening. Wacht tot je zeker weet dat wat je zegt niemand voor het hoofd stoot. Die opening komt er nooit. Je zwijgt. En later, in de auto, zeg je hardop wat je had willen zeggen. Alleen.
Wat er verandert als je stopt met iedereen tevreden te houden
Er is iets merkwaardigs dat mensen beschrijven nadat ze geleidelijk zijn gestopt met pleasegedrag: anderen gaan hen serieuzer nemen.
Want wie altijd ja zegt, maakt zijn ja nietszeggend. Wie geen grens heeft, heeft ook geen standpunt. Wie zichzelf weghoudt uit het gesprek, mist de kans om ertoe te doen.
Dat is geen populaire boodschap. Het voelt gek om te zeggen: door minder te geven, ga je meer betekenen. Maar het is wat er gebeurt.
De vraag die ik je wil meegeven: voor wie doe jij het eigenlijk? En als het antwoord eerlijk is: wie staat er dan op de laatste plek?
Schrijf dit voor jezelf op:
- Schrijf op welk verzoek je deze week hebt aangenomen terwijl je eigenlijk nee wilde zeggen.
- Schrijf erbij: wat was je bang dat er zou gebeuren als je nee had gezegd?
- Kijk of die angst echt is. Of dat het een echo is van iets wat lang geleden misschien wel zo was, maar nu niet meer klopt.
Bronnen
- Braiker, H.B. (2001). The Disease to Please: Curing the People-Pleasing Syndrome. McGraw-Hill.
- Nadler, A. & Halabi, S. (2006). Intergroup helping as status relations: Effects of status stability, identification, and type of help on receptivity to high-status group’s help. Journal of Personality and Social Psychology, 91(1), 97–110.
- De Bel, S. (2025). De perfecte pleaser. Boom Uitgevers Amsterdam. ISBN: 9789024470716.
- Van der Klis, H. & Van der Linden, M. (12 november 2025). “Saskia de Bel: Pleasers gaan systematisch over hun eigen grenzen heen.” Managementboek.nl. Geraadpleegd via: https://www.managementboek.nl/magazine/q&a/22707/saskia-de-bel-pleasers-gaan-systematisch-over-hun-eigen-grenzen-heen
